

De planvorming, aanbesteding en contractering van infrastructuurprojecten zijn ingewikkelde processen, waarbij de juridische component een steeds nadrukkelijker plaats inneemt. De opdrachtgever - vaak de (Rijks)overheid - dient bij de besluitvorming (meestal binnen de kaders van de Tracéwet) alle relevante belangen van burgers, bedrijven en (lagere) overheden af te wegen en in de voorbereiding op het definitieve besluit mee te wegen. In veel gevallen zal een Milieu Effectrapportage (MER) moeten worden opgesteld. De aanbestedingsprocedure moet waarborgen dat de markt op transparante wijze kan meedingen naar de gunning van de opdracht en dat overheidsmiddelen zorgvuldig worden ingezet. In de contracten - welke de inzet van de aanbestedingen zijn - dienen de verschillende rollen van opdrachtnemer en opdrachtgever zorgvuldig te worden weergegeven en de risico’s verdeeld.
De laatste jaren is een trend waarneembaar waarbij - als het gaat om de voorbereiding en aanleg van infrastructurele projecten - het Rijk zich beperkt tot de rol van ‘regisseur’ en meer en meer taken en bevoegdheden overdraagt aan de markt. Dit komt tot uiting in het hanteren van nieuwe contractvormen, zoals Design, Built, Finance & Maintain (DBFM-contracten). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marius Strijker: marius@houtzagerstrijker.nl of Philip Houtzager: philip@houtzagerstrijker.nl